Voorbereiding
Ondanks een – naar mijn normen – ongebruikelijk kalme winterperiode, weet ik m’n voorbereiding vanaf mei naar een behoorlijk niveau te tillen. Gedreven door de wil om in het fietsen sterker voor de dag te komen, plan ik bewust eenzame lange duurritten in. Ik kan ze goed verwerken en de wetenschap dat het in het verleden wel eens een gebrek aan aantal trainingskilometers was dat me nekte, motiveert me om door te zetten. Alleen het onbehaaglijke gevoel om daarbij ook vele uren van huis te zijn, sleet niet. Ook de zwemtrainingen (die ik ’s morgens afwerkte), vragen extra inspanningen voor de rest van het gezin. Ze blijken wel kwaliteitsvol en ik kan er zoals altijd rekenen op de steun van zwempartner Hein. Voor eerst sinds lang vond ik de energie om lange looptrainingen ’s avonds laat nog aan te vatten. Het scheelt dat het tijdens deze hete zomer lang warm en klaar bleef natuurlijk. De hulp, het begrip en de kansen van familie zijn daarbij onontbeerlijk geweest en genieten mijn eeuwige dankbaarheid. 
Hoewel ik doorheen de jaren relatief gespaard mocht blijven van blessures, staken een aantal zaken de kop op. Een miniem onevenwicht ligt waarschijnlijk aan de basis van last in de onderrug/heup bij het fietsen (als ik een zware belasting uitoefen). Omdat dat in de triatlon van Bilzen pijnlijk extra duidelijk werd, liet ik daar extra onderzoeken op uitvoeren. Een Shockwave therapie werd geadviseerd en verlichtte de klachten. Ik ondersteunde dit door behandelingen bij collega-triatleet en osteopaat Frank Segaert. Daarnaast kreeg ik enkele dagen af te rekenen met een ‘dropvoet’, wat lopen tijdelijk onmogelijk maakte. Maar dat herstelde zich gelukkig vanzelf. Even plots als het was gekomen en op een termijn van een vijftal dagen. Naar de oorzaak ervan blijft het (ook voor de specialist) gissen.

 

Voorbeschouwing
De Ironman van Maastricht wilde ik vooral vanuit mijn eigen sterkte afronden, zijnde de constante in de drie disciplines. Op het gevoel, zonder steevast naar de klok te kijken. Ik wilde wel graag een beeld op tijden per discipline, ook tijdens de wedstrijd. Tijdens de marathon nam ik me voor om m’n tempo op te volgen via m’n polshorloge (ik zou het uiteindelijk toch niet doen). Omdat het gevoel qua fietsconditie goed zat, beoogde ik een eigen, hoog tempo, zonder daarbij rekening te houden met anderen (en zo meteen ook het risico op een tijdstraf tot een minimum te beperken, het principe van de ‘rolling start’ – waarbij atleten in kleine groepjes met een klein tijdsverschil volgens hun geschatte zwemtijd te water gaan, zie ik daarbij als een voordeel). Met 3x een kwalificatie voor de Ironman in Hawaii en een vierde keer onverwacht heel dichtbij, kreeg ik – enigszins begrijpelijk – wel eens de vraag of dat ook nu deze keer binnen de verwachtingen lag? Een doelstelling was het in elk geval niet (rond het tijdstip waarop het WK Ironman plaatsvindt, verwachten wij ons tweede kindje). Maar als ik in de wedstrijd het gevoel van op training kon bevestigen, als alles meezit én de concurrentie binnen de age group minder zou zijn, was kwalificatie niet onbereikbaar. Een ‘slot’ zou ik om eerder genoemde reden evenwel niet verzilveren.

 

De wedstrijd
Ik kon duidelijk zien hoe er werd gespeculeerd binnen de respectievelijke age groups en hoe op het ponton van waarop we te water zouden gaan de eerste groepjes al werden gevormd. Ik had er geen zin in. Gewoon vooraan starten en zo hard mogelijk gaan. Speedsuit? Niet nodig en heb ik ook niet. Trouwens, clubsponsors bedek je dan alleen maar? Ploegmaat Stefaan De Clercq met wie ik nog succeswensen uitwisselde, had hetzelfde plan, merkte ik.Ik moet rond de 10de age group atleet de Maas zijn ingedoken en kon al vrij snel een drietal atleten ontwaren wiens tempo wel eens overeen kon komen met het mijne. Bij het ronden van de verste boei breekt het gevormde viertal echter mooi in twee gedeeld en tijdens de laatste kilometer merk ik dat het tempo er wat uitgeraakt. De stroming is in tegenstelling tot eerdere edities blijkbaar minder sterk in het voordeel bij het terugzwemmen (but hey, edities kan je nooit met elkaar vergelijken…). Een paar keer kom ik langszij mijn compagnon maar dat is voor hem telkens een signaal om weer een kleine tussenversnelling te plaatsen. Onnodig om verder aan te dringen, leek me. Op het moment dat ik m’n badmuts afgooi, hoor ik meedelen “dat we nu een lang lint van agegroupatleten krijgen. Ik kijk even om maar kan dat zelf niet vaststellen. Ik kon ook maar beter gewoon verder doen… Op het moment dat ik m’n zwemtijd en die van de eerste zwemmer (op dat moment – rolling start, remember…) doorkrijg, besef ik dat het niet hét beste zwemnummer is maar ontgoochelend hoeft het niet te zijn. Ik kan probleemloos wisselen, verlies nog wel een backup drinkbus bij het opspringen van de fiets maar geraak al snel in het goede fietsritme. Bij de eerste helling haal ik al 2 atleten bij. En zo ging het eigenlijk nog een uurtje verder. Nooit eerder had ik de durf om deze aanpak toe te passen. Waarschijnlijk uit schrik dat ik in overdrive zou gaan. Ik fietste ook deze keer trouwens puur op het gevoel. Het gevoel dat ik mezelf eigen maakte door de vele (bewust) eenzame lange duurritten. Deze aanpak zou me ook het risico besparen van een bestraffing voor stayeren, meende ik. De Hallembaye rijd ik tegen m’n eigen voorspellingen behoorlijk comfortabel naar boven. Net voor de top roepen m’n broer en pa me vooruit en bevestigen ze m’n solide tempo. Omdat ik betwijfelde of de tijdsregistratie via m’n timing chip vlekkeloos verliep, checkte ik dat bij m’n broer. Hij stelde me meteen gerust, benadrukt nogmaals dat ik sterk aan het fietsen ben (en ik geloof hem, want ik weet verdomd goed dat hij een echte kenner is). De daaropvolgende kilometers over Belgisch grondgebied lopen over brede wegen met weinig toeschouwers langs de kant. Ik hou het tempo strak maar na 60 km komt me voor het eerst een groep voorbij. Onder aanvoering van de lokale favoriet die ik al sinds mijn eerste volledige triatlon ken (en die ik eigenlijk ook moet aankunnen – in 2012 in Hawaii finishte ik op amper 20” van hem na gelijklopende tijden in elke discipline). Een mooi treintje want ik moet behoorlijk in de remmen gaan elke keer iemand me passeert. De regel is namelijk dat je jezelf laat uitzakken als het voorwiel van diegene naast jou het jouwe voorbijkomt. Dat inhouden geeft m’n benen even een rustpauze, waardoor ik even uit het gebruikelijke ritme ben en tegelijk de mindset krijg om me aan dit tempo aan te passen. Veel hoger dan het mijne zou het wel niet liggen, wist ik, want het had hen toch ook 60 km gekost om tot bij mij te komen (ik weet dat ze niet veel trager zwemmen) en als zo’n groep iemand bijhaalt, dan is dat ook veelal met een korte tussenversnelling. Ik kreeg gelijk. Met een accordeonbeweging ging het de volgende 5 km verder. Hoogst risicovol voor een bestraffing uiteraard. Aan de bevoorrading even verderop is dat fenomeen nog meer uitgesproken. Ik ga goed in de remmen en lanceer me daarna opnieuw. Als ik me weer in de beugels leg, krijg ik van een technical official een blauwe kaart te zien. Nee, daarvoor heb ik geen talloze soloritten van 150+ km gereden. Ik kwam buiten de bevoorradingszone ook nooit op minder dan 12 meter van de voorligger en had al zeker niet die intentie. Ik wilde m’n tempo blijven rijden, zoals ik al 60 km bezig was. Het is in die situaties ondanks de technologische mogelijkheden in deze moderne tijd ten spijt nog altijd woord tegen woord. En ik kon me afvragen of ik dit moest zien als louter toeval, willekeur, maar in een slachtofferrol wilde ik me niet wentelen. Ik baal, kan het niet laten om m’n ongenoegen te uiten, laat de groep nu echt rijden en maal de 30 volgende kilometers met een wrang gevoel af (immers: me aan een gelijkaardig Spartaans trainingsregime qua fietsen onderwerpen zoals de voorbije maanden, ik betwijfelde of ik dat nog zou kunnen (en willen)). Als ik daarna m’n 5’ tijdstraf uitzit, kan ik het opnieuw niet nalaten om – weliswaar weer op een beleefde manier – m’n ongenoegen te laten blijken. Het enige voordeel van te moeten plaatsnemen in de penalty box op de markt van Maastricht is dat ik mijn naaste supporters toelichting kon geven; en zij me de nodige motivatie om verder te gaan. Daarna rijd ik weer in m’n veilige eentje verder. Onvermijdelijk kom ik daarna weer een groep tegen. De tussenafstanden waren zeer zeker geen 12 m en ik blijf op een veilige afstand hangen. Tot ik me realiseer dat zelfs dat waarschijnlijk niet veilig genoeg is voor een official op de moto die van achteruit komt. Het zou anderzijds wel wat energie kosten om 6 man in 1 beweging in te halen (zelfs al plakken ze in elkaars wiel). De oplossing komt helaas slechts gedeeltelijk bij een schifting door een van de hellingen. Ik realiseer me dat de aanwezigheid van referrees verre van alomtegenwoordig is en het duurt naar mijn aanvoelen veel te lang vooraleer het moedwillige stayergedrag in de voorliggende groep uiteindelijk de aandacht van dergelijk gemachtigd persoon trekt. Verderop deelt deze wat kaarten uit. Of ze allemaal terecht waren, kan ik tegenspreken. Ik had een duidelijk overzicht. Op de groep én op de motard met de official. Voor het uitdelen van de kaart aan één van de atleten kan de official zich alleen maar beroepen op het beeld in een slingerafdaling. Door het gekende accordeoneffect daarbij uitgesloten van stayerbestraffingen; net als bij een bevoorrading trouwens. Voor mij werd eens te meer duidelijk dat dit systeem niet meer van deze tijd is en duidelijk een willekeur én ja, zelfs competitievervalsing. Ik zie anders geen verklaring waarom diegene die op kop van de groep rijdt een tijdstraf krijgt en de grootste wieltjeszuiger vrijuit gaat. Of zou de nationaliteit een rol kunnen spelen? Gewaagd of vergezocht om dat te stellen? Ik heb het er echt mee gehad. De rolling start biedt in mijn ogen slechts gedeeltelijk een oplossing. Moeten we echt naar een volledig gescheiden start, zoals bij tijdritten? Hoe haalbaar is dat nog? En hoe lang wordt nu eigenlijk al gezocht naar oplossingen? Het stoort me eigenlijk zelf al dat dit gegeven zo’n prominente rol in m’n wedstrijd(verslag) opeist. Intussen bevonden we ons in de aanloop naar de Hallembaye. Daar had Vincent met Thijs gewisseld en gaf hij me ditmaal met m’n pa zicht op het bredere wedstrijdverloop. Op eigen tempo merk ik voor de tweede keer hoe ik deze korte maar relatief steile helling beter leek te doorstaan dan m’n concurrenten. Eenmaal boven zet ik nog wat door en verdwijnen een aantal van die concurrenten definitief in de achtergrond. Even heb ik nog een dispuut met een Luxemburgse vriend die me – overigens niet zo vriendelijk – duiding vroeg bij het feit waarom ik hem dan wel had bijgehaald maar niet dichter bij de voorligger reed…
Zucht.
Ik verspilde nog wat energie door hem een tekeningetje te maken maar besloot toen ik hem weer veel te kort zag invoegen om hem z’n zin in risico niet te proberen te ontnemen. Living on the edge, heet zoiets. Ik kon zien hoe hij even later met twee andere atleten uit de oorspronkelijke zeskoppige groep in de penalty box plaatsnam en kon weer met minder risico verder. Op het glooiende parcours bleef ik uit de greep van achterliggers en ik verheug me al op een risicoloos einde van de tweede en laatste fietsronde. Eenmaal aan de Maas komt in het stuk met de wind in de rug – helaas alweer – een groep (een vijftal) me voorbij. Ik zie een vrouwelijke proftriatlete die op dat moment net wordt bijgehaald nog ongegeneerd het wiel nemen van de laatste in die groep. Een goeie gok, want ze zal in de resterende 35 km buiten schot blijven van elke official. On-be-grij-pe-lijk. Ik kan alleen maar hopen dat de buitenwereld van de aanleiding van mijn tijdstraf een andere perceptie heeft dan het intentioneel wedstrijdvervalsend gedrag dat daar andermaal tentoon werd gespreid… Na een U-turn merk ik dat ik tegen de wind in weer tijd goed maak op die groep. Ik besluit die in één keer bij te halen, goed wetende dat ik op dat moment louter als goedkope tempomaker dien. En dat gaat vlot, tot op 6 km van de wisselzone. Bij het aansnijden van een bocht op het jaagpad, hoor ik een doffe knal. Voor ik het goed en wel besef, schuift m’n voorwiel weg en ga ik met m’n rechterkant tegen de vlakte. Ik kan nog enigszins de val breken door beide handpalmen naar het wegdek te richten. De achterliggers moesten om de een of andere reden (!) hard in de remmen maar waren wel zo vriendelijk om me naar m’n status te polsen. Na een snelle blik op de schaafwonden op rechterschouder, -bil en -scheenbeen, kon ik hen geruststellen. Snel de fiets op bleek iets te optimistisch want na eerst wat problemen om de ketting er weer op te krijgen, bleek m’n voorband lek. Door de wrijving bij het wegschuiven, dacht ik. Ik doe m’n best om snel de binnenband te vervangen maar kan uiteraard niet verhinderen dat nog volk me voorbij komt. Ik kon gelukkig weer verder; dat was voor mij het belangrijkste. “Via Smeermaas gaat het nu verder richting Maastricht. Vlakbij!”, wist ik. Ook dat bleek weer te optimistisch,, want amper een 200-tal m verder rijd ik het betonnen opwipje van een brugje op en hoor een knal die me meteen aan een gebroken spaak doet denken. Ik voel dat m’n voorband meteen tegen de voorvork sleept. “Heb ik even geluk dat m’n voorwiel nog draait”, ga ik verder. Pas op de kasseien net voor de markt in Maastricht wordt me duidelijk dat het geen gebroken spaak maar een tweede lekke band, opnieuw vooraan is. Ik reed de laatste 5 km dus niet met een wiel dat niet recht meer liep, maar met een compleet lekke band. Had ik dat geweten, dan verving ik wellicht een tweede keer die band, want doorrijden zonder lucht in een fietsband is nu eenmaal niet optimaal voor dat soort materiaal, zeker niet op kasseien… Laat staan bochten nemen op kasseien… En uiteraard haal je daarmee met een gelijkaardige inspanning ook niet dezelfde snelheid. Pas toen ik na afloop van de wedstrijd mijn fiets ging ophalen, werd duidelijk dat er een spijker in m’n voorband stak. En pas dan werd me ook duidelijk dat ik daardoor een eerste keer moet zijn lek gereden en door de impact ook onderuit zijn gegaan. Soit, ik had het gehaald, ik kon m’n wedstrijd verderzetten. Pas bij het aantrekken van m’n loopschoenen werd ik vergezeld van atleten die in de penalty box de 5’ tijdstraf hadden uitgezeten Ik had dus net voor de val nog goed doorgereden, als je weet dat ik daarna toch meer dan 5’ zal hebben verloren. Mijn meegereisde supporters (familie en vrienden) hadden postgevat na 2 km lopen en konden dan voor het eerst vaststellen dat ik was gevallen. Lore, Niel, m’n pa, ma, broer, schoonouders, Vincent, Sharon, Dries en Ilse riepen me in de intussen behoorlijk opgewarmde Maastrichtse straten vooruit. Thijs en Vincent speelden mijn fietstijd door. Gezien de omstandigheden aanvaardbaar, besloot ik en ik zocht naar een tempo dat ik dacht te kunnen vasthouden. Tussen de supporters ontwaar ik collega-triatleten tegen wie ik 10-15 en zelfs 20 jaar geleden al in wedstrijden uitkwam. Ook ex-ploegmaats trouwens. Velen onder hen schopten het intussen tot succesvol triatloncoach. En hoewel ze vooral in die rol naar Maastricht afzakten, namen ze toch de tijd om me aan te moedigen. Thanks, guys! Intussen merken ook meer en meer doorsnee supporters op dat ik tekenen van een val vertoon, wat me veelal extra steun oplevert (en een zeldzame blik van “Is dit nog niet zwaar genoeg, dat je nog zou verder doen als je bent gevallen?”…). Met het aangereikte water probeer ik de schaafwonden al lopend wat schoon te maken (en het zeurende gevoel op die plaatsen wat te onderdrukken) en via de drinkbekers probeer ik zo veel mogelijk verloren vocht weer aan te vullen. Ondanks al die aanmoedigingen en het advies om te blijven lopen, moet ik op 5 km van het einde toegeven dat m’n lichaam het even heeft gehad. Ik moet het even de tijd geven om de ingenomen voedingsstoffen ook effectief op te nemen. Ploegmaat Stefaan De Clercq staat op dat moment op het punt zijn derde loopronde af te werken en spoort me nog aan om even mee te lopen. Ik geef hem ook letterlijk mee dat ik het even heb gehad. Pas 2 km verder vind ik weer de kracht om te gaan lopen. Ik kom nog terug tot bij Stefaan en kan dat tempo tot aan de finish aanhouden. Opgelucht loop ik onder de finishboog in 9u42’42”. Goed voor 10x opeenvolgend een eindtijd onder de 10 uur op elk van m’n volledige triatlons. De afsluiter van een mooie reeks en illustratief voor het feit dat dat niet vanzelf gaat. Ik ben iedereen die me daarbij heeft gesteund ontzettend dankbaar. Lore en Niel die het meest de gevolgen van de voorbereiding merken, de meegereisde supporters, club en iedereen die me op de een of andere manier de voorbije jaren waarin ik deze sport uitoefen heeft gesteund. Dit is zeker geen afscheid, hoogstwaarschijnlijk wel een andere aanpak. In de nabije toekomst verleg ik in elk geval de scope naar het familiegebeuren. Er staat immers nog heel wat moois te gebeuren, met de geboorte van ons tweede kindje binnen een tweetal maanden als volgende échte hoogtepunt!

 

Nabeschouwing
Ik blik tevreden terug op deze deelname, de voorbereiding, het resultaat en hoe ik met de omstandigheden ben omgegaan. Het valt op dat de collega-atleten in de age group 30-34 (waartoe ik behoor) vrij sterk voor de dag kwamen (zie ook de uitgebreide analyse van een specialist terzake). Het grote aantal met de Duitse nationaliteit doet vermoeden dat er onder hen zijn die de Ironman van Hamburg inruilden voor die van Maastricht (in Hamburg werd het zwemonderdeel vervangen door een loopnummer door de aanwezigheid van blauwalg in het meer). De vraag of ik in
‘normale omstandigheden’ tijdens het fietsen aanspraak had kunnen maken op een slot blijft natuurlijk voor eeuwig onbeantwoord en het doet er ook niet toe. Doorheen de jaren lijkt deze sport me in elk geval meer en meer gespecialiseerd, in al zijn facetten, ook op het age group (= ‘amateur’)niveau en de race naar het afdwingen van een Hawaii-kwalificatie. Naast de gebruikelijke spierpijn zal ik deze keer ook wat naweeën ondervinden van de val. Voorlopig zijn zwembewegingen met mijn rechterarm nog uitgesloten maar ik verwacht daar tegen volgende week verbetering in. Dan brei ik hopelijk een vervolg aan m’n triatlonbeoefening.

 

Beeldmateriaal

No-wetsuit swim – Foto: Finisherpix

Met een lekke voorband de kasseien op – Foto: Finisherpix

M’n 10e finish in een volledige triatlon – Foto: Finisherpix

Op de Hallembaye – Foto: Vincent Van Lierde

 

Let’s finish this!” – Foto: Vincent Van Lierde

6 Comment on “M’n 10de volledige triatlon – Verslag van Ironman Maastricht

  1. Proficiat Pieter

    1. Dank je, Kurt!

  2. Mooi en indrukwekkend palmares Pieter!!!
    En succes met de nieuwe focus: deze van “pater familias”….

    1. Dank je, Johan!

  3. Proficiat Pieter met al die prestaties!
    🎩 af!

    1. Dank je, Koen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *